Reglementen

Hieronder staan de regelementen zoals er gespeeld wordt binnen de E.B.B.B.
Download dit reglement als pdf

Competitie en wedstrijdreglement voor het Libre
Beker/Competitie en wedstrijdreglement voor het driebanden

Competitie en wedstrijdreglement voor het Libre

Artikel 1. Competitie
  1. Een volledige competitiewedstrijd tussen twee verenigingsteams bestaat uit 15 partijen verdeeld over 3 avonden, in 1of 2 uit- en een thuis/uit wedstrijd van vijf partijen per avond. De competitie kan uitgebreid worden met meerdere wedstrijdavonden met steeds vijf partijen per avond.
  2. De competitie bestaat uit meerdere poules, waarbij de leiding berust bij de Bondswedstrijdleider voor de spelsoort Libre.
  3. Elke vereniging heeft het recht aan de competitie deel te nemen met meerdere teams van minimaal 7 en geen maximum aantal spelers. Een voorbeeld: men geeft 25 spelers op voor 3 teams, dan heeft men 4 reserves die voor alle teams mogen spelen. Om voor een team in de finales uit te mogen komen moet men voor dat team minimaal 5 wedstrijden hebben gespeeld in de competitie. Het minimum van 7 spelers voor een volledige wedstrijd blijft altijd verplicht.
  4. Nieuwe leden van een vereniging die na het begin van de competitie worden opgegeven zijn direct, na afdracht van de contributie speelgerechtigd.
  5. Aan het eind van de competitie worden de finales gespeeld. Per avond worden in deze finales 7 partijen gespeeld met minimaal 5 verschillende spelers per team. Deze spelers moeten minimaal 5 wedstrijden voor dat team in de competitie gespeeld hebben.
  6. De locaties die zich willen aanmelden om de finale te organiseren moeten minimaal over twee biljarts beschikken, en worden aangewezen door de Bestuur van de E.B.B.B.
Artikel 2. Bekertoernooi
  1. Naast de kompetitie wordt er ook gespeeld om de Berto Laarhuis Bokaal (bekertoernooi)
  2. Het bekertoernooi wordt gespeeld over 2 periodes in elke poule, gelijkmatig verdeeld over het aantal te spelen wedstrijden in de competitie. De nr. 1 van elke periode plaatst zich voor de halve finale.
  3. De teams die de halve finale winnen plaatsen zich voor de finale, die gespeeld wordt op een locatie van een verenigging die zich aangemeld heeft als gastheer van de finale.
Artikel 3. Halve/ Finales
  1. In de halve/finale worden 7 partijen gespeeld.
  2. Spelers moeten minimaal 5 wedstrijden in de lopende competitie hebben gespeeld om mee te kunnen doen in de halve/finale.
  3. Bij een gelijk van het totaal aantal punten in finale, telt het scoringspercentage, d.w.z. het totaal aantal gemaakte caramboles gedeeld door het totaal aantal te maken caramboles * 100. Is dit scoringspercentage ook gelijk, dan wordt er een barrage gespeeld (zie artikel 12).
  4. Voorbeeldberekening scoringspercentage:
    Twee teams A en B eindigen met een gelijk aantal punten in hun in hun wedstrijd.
    Team A moet 300 caramboles maken en hebben 280 caramboles gemaakt. Team B moet 320 caramboles maken en hebben 296 caramboles gemaakt.
    De berekening om het scoringspercentage te bereken gaat als volgt. Team A: 280 : 300 = 0.9335 * 100 = 93.35
    Team B: 296 : 320 = 0.9250 * 100 = 92.50
    Team A is dan de winnaar.
Artikel 4. Moyenne
  1. Het algemeen gemiddelde (moyenne) wordt vastgesteld in twee decimalen nauwkeurig.
  2. Als algemeen gemiddelde van een speler wordt beschouwd, het aantal gemaakte caramboles gedeeld door het aantal beurten van ALLE gespeelde competitiewedstrijden, uitgezonderd de halve/finales.
  3. Is er geen algemeen gemiddelde van een nieuw lid bekend, dan geeft de vereniging naar beste weten een gemiddelde op, dat na 5 partijen (in de competitie) zal worden bijgestuurd. Nieuwe leden worden na de 1e herziening elke 5 wedstrijden herzien. Nieuwe leden die na herziening van hun gemiddelde 125% boven het opgegeven gemiddelde uitstijgen, krijgen hiervoor strafpunten (Zie Artikel 15 f.), terwijl de tegenstanders waarvan hij of zij gewonnen heeft alsnog de score van 10 punten toebedeeld krijgen.
  4. Mocht een vereniging besluiten tot een vrijwillige moyenne verhoging, van een nieuw lid , wordt er alsnog gekeken of het nieuwe lid de gespeelde wedstrijden niet boven de 125% heeft gespeeld, is dit wel het geval dan wordt de nieuwe speler alsnog gestraft voor de gespeelde wedstrijden ,met strafpunten zoals hierboven gemeld.
  5. Per jaar is het slechts mogelijk om maximaal 10% in het moyenne te kunnen zakken of stijgen. In zeer uitzonderlijke noodgevallen kan hierin door het Bondsbestuur van worden afgeweken.
  6. Bij spelers die minder dan 5 wedstrijden in de competitie hebben gespeeld worden de wedstrijden fictief aangevuld tot 5 wedstrijden, om tot een nieuw gemiddelde te komen.
  7. Op 2 willekeurige momenten tijdens de lopende competitie kunnen spelers alleen omhoog herzien worden, spelers kunnen tijdens de tussentijdse herziening, max 10 % in moyenne omhoog herzien worden.
  8. Van een lid blijft na uittreden uit de competitie het laatst gespeelde gemiddelde nog 5 jaar van kracht. Na de 5 jaar wordt het laatste moyenne wel gebruikt als uitgangspunt.
Artikel 5. Te maken caramboles
  1. De te maken caramboles in de competitie en andere Bondswedstrijden in het Libre worden als volgt berekend: (25 * moyenne) + 7
    Dit zijn de te maken caramboles, afgerond naar boven.

    Moyenne Berekening Caramboles
    1,33 (25 * 1,33) = 33,25 + 7 = 40.25 41
  2. Het minimum te maken caramboles is altijd 20 in het Libre.
Artikel 6. Puntentelling
  1. Voor elke gespeelde partij worden punten toegekend gebaseerd op het aantal gemaakte caramboles gedeeld door 1/10 van de te maken caramboles, naar beneden afgerond op halve of hele punten, b.v. :
    Te maken Gemaakt Berekening Punten
    50 42 (42 : 50) * 10 = 8,4 8
    50 43 (43 : 50) * 10 = 8,6 8,5
Artikel 7. Uitslagen en standen
  1. De uitslagen en competitiestanden worden, zo mogelijk, elke week doorgegeven aan de verenigingen.
  2. De verenigingen krijgen zo spoedig als het kan de wijzigingen door die zijn opgetreden in de moyennes en wanneer er strafpunten zijn uitgedeeld, omdat dit consequenties kan hebben voor de te maken caramboles van spelers en de competitiestanden.
Artikel 8. Arbitrage
  1. Als arbiter of schrijver kan uitsluitend optreden een lid van de E.B.B.B.
  2. De arbiter leidt de partij en telt de caramboles van elke speler afzonderlijk en telt luid en duidelijk hoorbaar voor de spelers en de schrijver.
  3. De schrijver noteert de door de arbiter doorgegeven aantallen caramboles of nullen per speler, afzonderlijk op een tellijst. Hij mag de arbiter attenderen op een zijns inziens foute waarneming of telling, doch de arbiter beslist uiteindelijk.
  4. Eenieder ziet erop toe dat er geen enkele aanwijzing wordt geven aan de spelers gedurende de partij.
Artikel 9. Het materiaal
  1. Er wordt gespeeld met één witte, één gele en één rode bal, of twee witte ballen waarbij één witte bal gemerkt is, welke gemaakt zijn van kunsthars. De ballen hebben een diameter van minimaal 61,5 mm of maximaal 62 mm.
  2. Om te weten waar de ballen moeten worden geplaatst bij het begin van een partij of bij uitspringende of vastliggende ballen heeft men vijf vaste punten op de biljarts aangebracht, de zogenaamde acquits.
    • Drie hiervan liggen op een denkbeeldige lijn midden over het biljart van boven naar beneden
    • Het bovenacquit ligt op deze lijn 57,5 cm verwijderd van de bovenste korte band
    • Het onderacquit ligt op deze lijn 57,5 cm verwijderd van de onderste korte band
    • Het middenacquit ligt hier precies middenin
    • Het linker- en rechteronder-acquit liggen 15 cm links en rechts van het onderacquit in horizontale lijn. (Zie bijlage: 1)
    • Deze meetpunten gelden voor biljarts met de afmetingen 115 x 230 cm. Bij biljarts met andere afmetingen zullen acquitpunten aangepast moeten worden
  3. In elke hoek moet een driehoekig koekvlak afgetekend zijn van 17 x 17 cm. (zie bijlage 1).
Artikel 10. Teamindeling
  1. Per wedstrijdavond stelt men 5 spelers op, in volgorde van moyenne van hoog naar laag, en vult men deze volgorde op het wedstrijdformulier in.
  2. Op het wedstrijdformulier worden voor aanvang van de eerste partij op de wedstrijdavond, de namen van de spelers en de te maken caramboles ingevuld. De volgorde van de te spelen partijen kan onderling geregeld worden.
  3. Op een wedstrijdavond mogen twee spelers dubbel spelen. Elke speler mag maximaal 5 keer per competitie dubbel spelen. Dit geldt per team. Overtreding zal worden bestraft met een verloren partij, dus een 0 – 10 uitslag.
  4. In geval een speler niet komt opdagen en er ”reglementair” geen oplossingen meer voorhanden zijn mag er een andere speler worden ingezet met een lager moyenne, deze speler dient echter het moyenne te spelen van de oorspronkelijke speler.
  5. Een speler kan per seizoen maar voor één vereniging uitkomen in de competitie per spelsoort.
  6. Bij extreme omstandigheden kan de wedstrijd worden uitgesteld, dit na tijdig overleg tussen de betrokken teams en de Bondswedstrijdleider.
Artikel 11. Spelregels
  1. Een partij wordt begonnen met het trekken van de bovenste korte band, d.w.z. de ballen worden op de afstootlijn geplaatst, tussen het linker- en het rechterbeneden-acquit en de lange band, de rode bal wordt op het bovenacquit geplaatst en mag bij het trekken niet geraakt worden. Bij het trekken spelen de spelers gelijkertijd hun bal naar de bovenste korte band, de speler wiens bal het dichtst de onderste korte band benadert, heeft de keus wie de partij mag beginnen. Als de speler(s) dit wensen moeten zij de gelegenheid krijgen zich elk 3 minuten op het biljart in te spelen, c.q. te oefenen.
  2. De speler die de partij begint doet dit met de gele bal, of de gemerkte witte bal, en speelt daar de gehele partij mee. De andere speler speelt de gehele partij met de witte bal, ook in zijn nabeurt.
  3. De eerste of aanvangstoot moet altijd over rood gespeeld worden. Ook als de ballen in de partij opnieuw opgezet moeten worden. Wanneer de eerste speler mist, moet de andere speler doorgaan met de positie zoals door de eerste speler is achter gelaten.
  4. Een fout begaat men:
    1. Wanneer men de verkeerde bal speelt
    2. Niet minstens één voet aan de grond heeft
    3. Een bal laat uitspringen, toucheert of biljardeert
  5. De caramboles die gemaakt zijn in de beurt, tot dat de fout gemaakt wordt, blijven geldig en worden daarom genoteerd.
  6. Het maken van caramboles in de afgelijnde hoeken (Zie bijlage 1) van het biljart is onderhevig aan regels. Binnen deze vakken mogen slechts twee caramboles gemaakt worden, daarna moet één van de twee ballen waarop gecaramboleerd is, dit vak verlaten, maar mag er wel weer in terug keren.
  7. Als de twee ballen, waarop moet worden gecaramboleerd, in het afgelijnde hoekvlak terecht komen, zegt de arbiter ”ENTREE”. Wanneer de twee ballen zich na de eerste carambole nog in het hoekvak bevinden, zegt de arbiter ”DEDANS”. Bij de volgende carambole moet één van de twee ballen waarop gecaramboleerd wordt het vak verlaten, maar mag er wel in terug keren, en begint men weer in de positie ”ENTREE”.
    Wanneer na de tweede carambole één van de twee ballen het vak niet heeft verlaten, wordt dit als fout aangemerkt en is de beurt aan de tegenpartij, die ook begint met de positie ”ENTREE”, als alle drie ballen zich in het afgelijnde hoekvlak bevinden.
  8. Bij het uitspringen, of vastliggen van een bal, d.w.z. de speelbal ligt vast tegen één van de twee ballen waarop gecaramboleerd moet worden, mogen de ballen weer in de aanvangspositie geplaatst worden op verzoek van de speler die aan de beurt is.
  9. Hij of zij heeft ook de keus om via de losse band te spelen, via de niet vastliggende bal, dan wel doormiddel van een Masséé.
  10. Elke gestaakte wedstrijd zal worden onderzocht door 2 bestuursleden van het bondsbestuur van de E.B.B.B. Deze bestuursleden zullen onafhankelijk zijn, en geen verstrengeling hebben met de betrokkenen.
  11. Door de bestuursleden van het bondsbestuur van de E.B.B.B. worden de betrokkenen uitgenodigd, om hoor en wederhoor te vragen. Als de bestuursleden van het bondsbestuur van de E.B.B.B. tot een beslissing zijn gekomen dan komen zij met een strafmaat.
  12. Een wedstrijd die vrijwillig wordt gestaakt, door schuld van een van de spelers, wordt bestraft met een 10 – 0 verlies, in het voordeel van de tegenstander.Alle caramboles die gemaakt worden in een vrijwillig gestaakte wedstrijd door schuld van een speler, worden beschouwd als niet gespeeld en worden dus niet meegeteld bij de nieuwe moyenne bepaling.Als een speler om familiare of omdat hij/zij lichamelijk niet kan doorspelen, en moet daardoor de wedstrijd staken worden, dan zal déze wedstrijd op een later tijdstip uitgespeeld moeten worden.
Artikel 12. Aanvangstijden en opkomst
  1. Alle competitiewedstrijden beginnen om 19.30 uur, tenzij een ander tijdstip met de andere vereniging is afgesproken.
  2. Van elk team moeten om 19.30 uur tenminste twee spelers aanwezig zijn. De thuisspelende vereniging draagt er tevens zorg voor dat er een arbiter en een schrijver aanwezig is. Mochten spelers door omstandigheden later komen, dan moet dit aan de thuisspelende vereniging gemeld worden.
  3. De thuisspelende vereniging heeft de leiding van de wedstrijd en bepaald de volgorde van de te spelen partijen.
  4. De verenigingen dragen er zorg voor, dat er voor de aanvang van de wedstrijd bekend is wie er gaan spelen. Dit gebeurt schriftelijk.
Artikel 13. Verplichtingen van de thuisspelende vereniging
  1. De thuisspelende vereniging is verantwoordelijk voor het schrijven en arbitreren van de wedstrijden. In overleg mag eenieder tellen of schrijven, mits het een lid is van de biljartbond E.B.B.B.
  2. Beide verenigingen zijn verantwoordelijk voor de juiste invulling van het wedstrijdformulier; ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen helft. Wordt er een fout gemaakt in de kop (datum, team namen, etc.) dan krijgen beide verenigingen strafpunten. Bovenstaande overtredingen worden bestraft met 5 strafpunten.
  3. De thuisspelende vereniging draagt er zorg voor, dat het wedstrijdformulier binnen 3 x 24 uur (zie 13.b) na het eindigen van de wedstrijd bij de Bondswedstrijdleider aanwezig is. Het formulier moet duidelijk zijn ingevuld en ondertekend zijn door beide verenigingen voor akkoord over de uitslag. Men is verplicht het door de Bond beschikbaar gestelde wedstrijdformulier te gebruiken (Zie bijlage 2).
  4. De thuisspelende vereniging draagt er zorg voor dat er bij elk biljart twee stukken krijt aanwezig zijn en een stoel voor de niet aan de beurt zijnde speler.
    Zij draagt er tevens zorg voor dat het rustig is in de zaal.
  5. De acquitstippen en de hoeklijnen moeten duidelijk zichtbaar zijn.
  6. De biljarts moeten verwarmd zijn.
Artikel 14. Barrage
  1. Een barrage is een te spelen partij binnen een wedstrijd of competitie om een beslissing te forceren indien dit nodig is.
  2. Bij het Libre moet een barrage gespeeld worden bij een gelijke eindstand, door de spelers met het hoogste moyenne van de teams, in de nacompetitie.
  3. Een barrage mag gespeeld worden door de spelers die daartoe gerechtigd zijn, d.w.z. spelers die tot een team behoren of reservespeler zijn. Voorts moeten zij minimaal drie wedstrijden in de lopende competitie gespeeld hebben.
  4. Aansluitend wordt de partij, volgens de geldende regels gespeeld.
  5. Indien er hierna nog geen beslissing gevallen is, herhaalt de procedure zich wederom.
  6. Als er daarna nog geen beslissing gevallen is wordt de volledige wedstrijd over gespeeld, op een door het Bondsbestuur te bepalen datum.
Artikel 15. Strafpunten Libre

De volgende handelingen worden strafbaar gesteld:

  1. Onjuiste spelers volgorde in moyenne:
    Bij het toepassen van een onjuiste spelersvolgorde moeten de behaalde punten als verloren worden beschouwd en krijgt de tegenstander de maximale score (10 – 0).
  2. Het wedstrijdformulier dat in bijlage 1 staat moet altijd gebruikt worden, bij gebruik van een ander wedstrijdformulier krijgt de thuisspelende verenigging 5 strafpunten.
  3. Van de wedstrijden die op dinsdagavond gespeeld zijn, dienen de formulieren vóór vrijdagmiddag 17:00 uur in het bezit te zijn van de competitieleider-Libre. Indien formulieren later worden ingeleverd, wordt het verantwoordelijke team bestraft met 10 strafpunten. De thuisspelende vereniging blijft verantwoordelijk voor het (op tijd) in het bezit komen van het wedstrijdformulier bij de competitieleider.
  4. Bij opgave van een te laag aantal te maken caramboles op het wedstrijdformulier van een speler(s), worden de behaalde punten in die wedstrijd van deze speler(s), als verloren beschouwd, en krijgt de tegenstander(s) de maximale score van 10 punten.
  5. Het inzetten van een niet opgegeven speler of een speler waarvoor geen contributie is betaald aan de biljartbond, wordt met een 0 – 10 uitslag bestraft, in het voordeel van de tegenstander.
  6. Indien het moyenne van nieuwe leden na de 1e herziening meer dan 25% is gestegen, wordt een korting op de door de speler behaalde punten toegepast ter hoogte van het gestegen percentage. Hierbij komt een toeslag van 2 strafpunten per gespeelde ronde (met het te laag gespeelde moyenne). Alle nieuwe leden worden na 5 wedstrijden herzien en daarna per 5 wedstrijden gecorrigeerd, indien het moyenne opnieuw gestegen is. Dit over een heel seizoen.
  7. In overleg met de competitieleider-Libre én de tegenpartij kunnen de wedstrijden verplaatst worden naar een andere datum. Indien het verantwoordelijke team verzuimt met beide belanghebbenden te overleggen zal de competitieleider-Libre een 50 – 0 uitslag noteren in het voordeel van het benadeelde team.
  8. Van elk team wordt verwacht dat er op de speelavond per team minimaal 2 spelers om 19:30 aanwezig zijn, tenzij er overleg is geweest met het te bezoekende team. Indien een team weg blijft of na 19:45 uur verschijnt, wordt door de competitieleider-Libre, een 50 – 0 uitslag genoteerd in het nadeel van het team dat in gebreke is gebleven.
Artikel 16. Halve/ Finales
  1. In de halve/finale worden 4 partijen gespeeld.
  2. Spelers moeten minimaal 5 wedstrijden in de lopende competitie hebben gespeeld om mee te kunnen doen in de halve/finale.
  3. Voor plaatsing in de finale gaan over, de twee hoogst geëindigde per poule uit de competitie.
  4. Bij een gelijk van het totaal aantal punten in finale wordt telt het scoringspercentage, d.w.z. het totaal aantal gemaakte caramboles gedeeld door het totaal aantal te maken caramboles * 100. Is dit scoringspercentage ook gelijk, dan wordt er een barrage gespeeld (zie artikel 12).
  5. Voorbeeldberekening scoringspercentage:
    Twee teams A en B eindigen met een gelijk aantal punten in hun in hun wedstrijd.
    Team A moet 300 caramboles maken en hebben 280 caramboles gemaakt. Team B moet 320 caramboles maken en hebben 296 caramboles gemaakt.
    De berekening om het scoringspercentage te bereken gaat als volgt. Team A: 280 : 300 = 0.9335 * 100 = 93.35
    Team B: 296 : 320 = 0.9250 * 100 = 92.50
    Team A is dan de winnaar.

Beker/Competitie en wedstrijdreglement voor het driebanden

Artikel 17. Competitie
  1. De competitiewedstrijden tussen verenigingsteams worden gespeeld in de spelsoort driebanden.
  2. De competitie bestaat uit één poule, waarbij de leiding berust bij de Bondswedstrijdleider voor het driebanden.
  3. Elke vereniging heeft het recht aan de competitie deel te nemen met één of meerdere teams, indien zij aan haar financiële verplichtingen heeft voldaan. Elke vereniging heeft het recht aan de competitie deel te nemen met teams van maximum 7 spelers.
  4. Nieuwe leden van een vereniging die na het begin van de competitie worden opgegeven zijn direct, na afdracht van de contributie speelgerechtigd.
  5. Een volledige competitiewedstrijd tussen twee verenigingsteams bestaat uit 9 partijen verdeeld over 3 avonden, in 1of 2 uit- en een thuiswedstrijden van 3 partijen per avond. De competitie kan uitgebreid worden met meerdere wedstrijdavonden met steeds vijf partijen per avond.
  6. Er wordt geen finale gespeeld door deelnemende teams, Het team dat de hoogste aantal punten heeft gehaald en op de 1e plaats is geëindigd mag zich kampioen van der competitie noemen.
Artikel 18. Bekertoernooi
  1. Naast de kompetitie wordt er ook gespeeld om de Frits Nijhof Bokaal (bekertoernooi)
  2. Het bekertoernooi wordt gespeeld over 4 periodes, gelijkmatig verdeeld over het aantal te spelen wedstrijden in de competitie. De nr. 1 van elke periode plaatst zich voor de halve finale.
  3. De teams die de halve finale winnen plaatsen zich voor de finale, die gespeeld wordt op een locatie van een verenigging die zich aangemeld heeft als gastheer van de finale.
Artikel 19. Halve/ Finales
  1. De competitie wordt opgedeeld i n 4 periodes, de winnaars van deze periodes zijn de periodekampioenen.
  2. De periodekampioenen plaatsen zich voor de kruisfinales, De winnaars van de kruisfinales plaatsen zich voor de finale.
  3. Bij een gelijk van het totaal aantal punten in finale, telt het scoringspercentage, d.w.z. het totaal aantal gemaakte caramboles gedeeld door het totaal aantal te maken caramboles * 100. Is dit scoringspercentage ook gelijk, dan wordt er een barrage gespeeld (zie artikel 12).
  4. Voorbeeldberekening scoringspercentage:
    Twee teams A en B eindigen met een gelijk aantal punten in hun in hun wedstrijd.
    Team A moet 94 caramboles maken en hebben 90 caramboles gemaakt. Team B moet 92 caramboles maken en hebben 100 caramboles gemaakt.
    De berekening om het scoringspercentage te bereken gaat als volgt. Team A: 90 : 94 = 0.9574 * 100 = 95.74
    Team B: 92 : 100 = 0.9200 * 100 = 92.00
    Team A is dan de winnaar.
Artikel 20. Moyenne
  1. Het algemeen gemiddelde wordt vastgesteld in drie decimalen nauwkeurig.
  2. Als algemeen gemiddelde van een speler wordt beschouwd, het aantal gemaakte caramboles gedeeld door het aantal beurten van ALLE gespeelde competitiewedstrijden, uitgezonderd de kruis/Finales.
  3. Van een lid blijft na uittreden uit de competitie het laatst gespeelde gemiddelde nog 5 jaar van kracht. Na de 5 jaar wordt het laatste moyenne wel gebruikt als uitgangspunt.
  4. Is er geen algemeen gemiddelde van een nieuw lid bekend, dan geeft de vereniging naar beste weten een gemiddelde op, dat na 5 partijen (in de competitie) zal worden bijgestuurd. Nieuwe leden die na herziening van hun gemiddelde 25% boven het opgegeven gemiddelde uitstijgen, krijgen hiervoor strafpunten (Zie Artikel 15 f.), terwijl de tegenstanders waarvan hij of zij gewonnen heeft alsnog de score van 10 punten toebedeeld krijgen.
  5. Mocht een vereniging besluiten tot een vrijwillige moyenne verhoging, van een nieuw lid , wordt er alsnog gekeken of het nieuwe lid de gespeelde wedstrijden niet boven de 25% heeft gespeeld, is dit wel het geval dan wordt de nieuwe speler alsnog gestraft voor de gespeelde wedstrijden ,met strafpunten zoals hierboven gemeld.
  6. Van nieuwe leden wordt, tijdens het eerste seizoen, na ELKE 5 gespeelde wedstrijden het moyenne herzien. Echter uitsluitend omhoog.
  7. Op 2 willekeurige momenten tijdens de lopende competitie kunnen spelers alleen omhoog herzien worden, spelers kunnen tijdens de tussentijdse herziening, max 1 interval omhoog herzien worden.
  8. Bij spelers die minder dan 5 wedstrijden in de competitie hebben gespeeld worden de wedstrijden fictief aangevuld tot 5 wedstrijden, om tot een nieuw gemiddelde te komen.
Artikel 21. Het materiaal
  1. Er wordt gespeeld met één witte, één gele en één rode bal, of twee witte ballen waarbij één witte bal gemerkt is, welke gemaakt zijn van kunsthars. De ballen hebben een diameter van minimaal 61,5 mm of maximaal 62 mm.
  2. Om te weten waar de ballen moeten worden geplaatst bij het begin van een partij of bij uitspringende of vastliggende ballen heeft men vijf vaste punten op de biljarts aangebracht, de zogenaamde acquits.
    • Drie hiervan liggen op een denkbeeldige lijn midden over het biljart van boven naar beneden
    • Het bovenacquit ligt op deze lijn 57,5 cm verwijderd van de bovenste korte band
    • Het onderacquit ligt op deze lijn 57,5 cm verwijderd van de onderste korte band
    • Het middenacquit ligt hier precies middenin
    • Het linker- en rechteronder-acquit liggen 15 cm links en rechts van het onderacquit in horizontale lijn. (Zie bijlage: 2)
Artikel 22. Spelregels
  1. De partij wordt begonnen met het trekken van de korte band, d.w.z. de speelballen worden op de afstootlijn geplaatst. Dat is tussen het linker- en rechterbenedenacquit en de lange band. De rode bal wordt op het bovenacquit geplaatst en mag niet geraakt worden. De spelers spelen gelijktijdig hun bal eenmaal naar de tegenoverliggende korte band, om vervolgens hun bal terug te laten keren naar de onderste korte band. De spelers die dit correct uitvoeren en/of wiens bal het dichtst de onderste korte band benadert, heeft de keus wie de partij mag beginnen.
  2. De speler die de partij begint doet dit met de gele bal, of de gemerkte witte bal, en speelt daar de gehele partij mee. De andere speler speelt de gehele partij met de witte bal, ook in zijn nabeurt.
  3. De aanvangsstoot moet gespeeld worden via rood door de speler die de partij begint. Wanneer de aanvangsstoot wordt gemist kan de andere speler doorgaan met de positie die door de eerste speler is achtergelaten
  4. Een fout begaat men:
    • Wanneer men met de verkeerde bal speelt
    • Niet minstens een voet aan de grond heeft
    • Een bal laat uitspringen, toucheert of biljardeert
  5. De caramboles die gemaakt zijn voor men een fout beging blijven geldig en dienen daarom te worden genoteerd.
  6. Bij het uitspringen van een bal, d.w.z. als een bal buiten het biljart terecht komt of de houten rand van het biljart raakt, gaat men als volgt te werk:
    • Als U uw eigen bal er uit stoot, dan komt deze op het Midden Acquit te liggen omdat dan Uw beurt voorbij is
    • Als U de bal van de tegenstander er uit stoot, dan wordt deze geplaatst op het Middenacquit, omdat dan Uw beurt voorbij is
    • Als U de rode bal er uit stoot, komt deze op het Boven Acquit
  7. Uitsluitend de uitspringende bal moet worden op gezet.
  8. Bij vastliggende ballen dient U als volgt te handelen:
    • U kiest om van de losse band te spelen
    • Ligt Uw speelbal tegen de Rode bal plaatst U de Rode bal op het Bovenacquit en Uw speelbal op het Middenacquit
    • Als Uw speelbal vast ligt tegen de speelbal van Uw tegenstander dan plaatst U uw bal op het Midden Onderacquit en de speelbal van Uw tegenstander op het Middenacquit. De bal die niet vast ligt blijft op zijn plaats
    • Als alle drie ballen vast komen te liggen dan plaatst U uw speelbal op het Midden Onderacquit, de speelbal van Uw tegenstander op het Middenacquit en de rode bal op het Bovenacquit
Artikel 23. Arbitrage
  1. Als schrijver (tevens arbiter) kan uitsluitend optreden een lid van de E.B.B.B.
  2. De schrijver (tevens arbiter) leidt de partij en telt de caramboles van elke speler afzonderlijk en duidelijk hoorbaar.
  3. De schrijver (tevens arbiter) noteert de caramboles van elke speler afzonderlijk op een tellijst.
  4. De schrijver (tevens arbiter) beslist uiteindelijk bij eventuele calamiteiten.
  5. Eenieder ziet erop toe dat er geen enkele aanwijzing wordt geven aan de spelers gedurende de partij.
Artikel 24. Aanvangstijden en opkomst
  1. Alle competitiewedstrijden beginnen om 19.30 uur, tenzij een ander tijdstip met de bezoekende vereniging wordt afgesproken.
  2. Van elke vereniging moeten om 19.30 uur tenminste twee spelers aanwezig zijn. De thuisspelende vereniging draagt er bovendien zorg voor dat er een schrijver (tevens arbiter) aanwezig is. Mochten er spelers door omstandigheden later komen dan moet dit aan de thuisspelende vereniging worden gemeld.
  3. De thuisspelende vereniging heeft de leiding van de wedstrijden en bepaalt de volgorde van de te spelen wedstrijden.
  4. Beide verenigingen dragen er zorg voor dat er voor de aanvang van de wedstrijden bekend is wie er gaat spelen. Dit gebeurt schriftelijk.
  5. Een speler kan gedurende een seizoen slechts voor een vereniging uitkomen per spelsoort.
Artikel 25. Verplichtingen van de thuisspelende vereniging
  1. De thuisspelende vereniging is verantwoordelijk voor het schrijven van de wedstrijden. In overleg mag eenieder schrijven, mits het een lid is van de biljartbond E.B.B.B.
  2. Beide verenigingen zijn verantwoordelijk voor de juiste invulling van het wedstrijdformulier; ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen helft. Wordt er een fout gemaakt in de kop (datum, team namen, etc.) dan krijgen beide verenigingen strafpunten. Bovenstaande overtredingen worden bestraft met 5 strafpunten.
  3. De thuisspelende vereniging draagt er zorg voor, dat het wedstrijdformulier binnen 3 x 24 uur na het eindigen van de wedstrijd bij de Bondswedstrijdleider aanwezig is. Het formulier moet duidelijk zijn ingevuld en ondertekend zijn door beide verenigingen voor akkoord over de uitslag. Men is verplicht het door de Bond beschikbaar gestelde wedstrijdformulier te gebruiken (Zie bijlage 3).
  4. De thuisspelende vereniging draagt er zorg voor dat er bij elk biljart twee stukken krijt aanwezig zijn en een stoel voor de niet aan de beurt zijnde speler.
    Zij draagt er tevens zorg voor dat het rustig is in de zaal.
  5. De acquitstippen en de hoeklijnen moeten duidelijk zichtbaar zijn.
  6. De biljarts moeten verwarmd zijn.
Artikel 26. Teamindeling
  1. Elk driebandenteam bestaat uit minimaal 3 en maximaal 7 spelers.
  2. Per wedstrijdavond stelt men 3 spelers op in volgorde van moyenne.
  3. Een vereniging kan gebruik maken van alle overige, per team opgegeven spelers.
  4. Per wedstrijdavond mag maximaal 1 speler een dubbelpartij spelen.
  5. In onderling overleg met de tegenstander en de wedstrijdleider mag een wedstrijd verschoven worden naar een andere datum.
Artikel 27. Puntentelling en uitslagen
  1. Voor elke gespeelde partij worden punten toegekend, gebaseerd op het aantal gemaakte caramboles, gedeeld door 0,1 van het aantal te maken caramboles.
    Het puntenaantal wordt naar beneden afgerond op halve of hele punten.
  2. De uitslagen en standen worden elke week doorgegeven aan de clubs.
  3. De verenigingen krijgen direct bericht zodra er wijzigingen zijn opgetreden in de moyennes. De berekening van het aantal te maken caramboles is volgens onderstaande intervaltabel.
Artikel 28. Moyennewaardering voor driebanden klein

28a. Het minimum aantal te maken caramboles is 15.

28b. De moyennewaardering is gebaseerd op 60 beurten.

Moyenne Berekening Caramboles

0.422(60 * 0,422) = 25,32 = 26 caramboles


Een barrage is een te spelen partij binnen een wedstrijd of competitie om een beslissing te forceren indien dit nodig is.
Artikel 29. Barrage
  1. Bij het driebanden moet een barrage gespeeld worden op de laatste speelavond, als blijkt dat er meer teams met gelijke stand op de eerste plaats van de competitie zijn geëindigd.
  2. Een barrage mag gespeeld worden door de spelers die daartoe gerechtigd zijn, d.w.z. spelers die tot een team behoren. Voorts moeten zij minimaal drie wedstrijden in de lopende competitie gespeeld hebben.
  3. Aansluitend wordt de partij, volgens de geldende regels gespeeld.
  4. Indien er hierna nog geen beslissing gevallen is, herhaalt de procedure zich nogmaals.
  5. Als er daarna nog geen beslissing gevallen is wordt de volledige wedstrijd over gespeeld, op een door het Bondsbestuur te bepalen datum.
Artikel 30. Strafpunten driebanden

De volgende handelingen worden strafbaar gesteld:

  1. Onjuiste spelers volgorde in moyenne:
    Bij het toepassen van een onjuiste spelersvolgorde moeten de behaalde punten als verloren worden beschouwd en krijgt de tegenstander de maximale score (10 – 0).
  2. Van de wedstrijden die op dinsdagavond gespeeld zijn, dienen de formulieren vóór vrijdagmiddag 17:00 uur in het bezit te zijn van de competitieleider-driebanden. Indien formulieren later worden ingeleverd, wordt het verantwoordelijke team bestraft met 10 strafpunten. De thuisspelende vereniging blijft verantwoordelijk voor het (op tijd) in het bezit komen van het wedstrijdformulier bij de competitieleider. De poststempel of mail datum is hierin bepalend.
  3. Het wedstrijdformulier dat in bijlage 1 staat moet altijd gebruikt worden, bij gebruik van een ander wedstrijdformulier krijgt de thuisspelende verenigging 5 strafpunten.
  4. Bij opgave van een te laag aantal te maken caramboles op het wedstrijdformulier van een speler(s), worden de behaalde punten in die wedstrijd van deze speler(s), als verloren beschouwd, en krijgt de tegenstander(s) de maximale score van 10 punten.
  5. Het inzetten van een niet opgegeven speler of een speler waarvoor geen contributie is betaald aan de biljartbond, wordt met een 0 – 10 uitslag bestraft, in het voordeel van de tegenstander.
  6. Indien het moyenne van nieuwe leden na herziening meer dan 25% is gestegen, wordt een korting op de door de speler behaalde punten toegepast ter hoogte van het gestegen percentage. Hierbij komt een toeslag van 2 strafpunten per gespeelde ronde (met het te laag gespeelde moyenne). Alle nieuwe leden worden na 5 wedstrijden herzien en daarna per 5 wedstrijden gecorrigeerd, indien het moyenne opnieuw gestegen is. Dit over een heel seizoen.
  7. In overleg met de competitieleider-driebanden én de tegenpartij kunnen de wedstrijden verplaatst worden naar een andere datum. Indien het verantwoordelijke team verzuimt met beide belanghebbenden te overleggen zal de competitieleider-driebanden een 50 – 0 uitslag noteren in het voordeel van het benadeelde team.
  8. Van elk team wordt verwacht dat er op de speelavond per team minimaal 2 spelers om 19:30 aanwezig zijn, tenzij er overleg is geweest met het te bezoekende team. Indien een team weg blijft of na 19:45 uur verschijnt, wordt door de competitieleider-driebanden een 50 – 0 uitslag genoteerd in het nadeel van het team dat in gebreke is gebleven.
Artikel 31. Verplichtingen en speeldagen
  1. De aanvang van de wedstrijden is om 19.30 uur. Hiervan kan worden afgeweken in overleg met de wedstrijdleider.
  2. De thuisclub draagt zorg voor de wedstrijdvolgorde, de arbitrage en de rust in de speelruimte.
  3. De competitiewedstrijden vinden plaats op dinsdagavond, dit mag in overleg met de tegenstanden en de wedstrijdleider onderling gewijzigd worden.